Ze staan daar gewoon. In de zon. Te kijken naar de training. De speler, tegen wie je tegen zou willen zeggen: ‘moet je niet trainen?’. Maar hij straalt uit: vandaag mag ik alles. Laat die anderen maar lekker ballen. Ik heb gisteren mijn werk gedaan, want de wedstrijd beslist. Als ik aan de kant van het trainingsveld wil gaan staan praten, doe ik dat gewoon.