‘Westerse kritiek irriteert Zuid-Afrika’

15 december 2009

A.N. Thomas 2Thomas Kwenaite wordt gezien als de Mart Smeets van het Afrikaanse voetbal. Hij heeft een wekelijks programma Soccer Africa op betaalzender Supersport, dat in twintig Afrikaanse landen bekeken wordt. Hij denkt dat het WK goed is voor Zuid-Afrika. “Maar de westerse kritiek is buitengewoon irritant.”

Historisch

“Tijdens de apartheid was voetbal gescheiden. Blank, zwart, Indiër, kleurling, elke groep had zijn eigen competitie. Zuid-Afrika mocht vanwege die scheiding niet meedoen aan internationale competities. Het was dan ook een historisch moment toen in 1977 opeens vier teams uit de blanke competitie stapten en zich aansloten bij de zwarte competitie.”

“Toen werd al enkele jaren oogluikend toegestaan dat enkele zwarte spelers voor blanke teams uitkwamen, en andersom. Dat leverde veel rumoer en vijandigheid op. Blanke spelers werden soms gearresteerd in Soweto, want daar mochten ze officieel niet komen.”

“Maar een jaar later, in 1978, vormde zich één Zuid-Afrikaanse voetballeague, de NPSL. Voor het eerst was er multiraciaal voetbal, tijdens de hoogtijdagen van de apartheid. NPSL-bestuurders hebben in die periode met het ANC bij Fifa en CAF de ophef van de boycot bepleit. Maar uiteindelijk gebeurde dat pas in 1992, na de vrijlating van Mandela.”

Verwachtingen

“Collega Mark Gleeson zei in ’85: binnen vijf of tien jaar spelen we weer internationaal. Als je je nu al in het Afrikaanse voetbal verdiept, heb je straks een voorsprong. Ik werkte toen voor de krant The Star en besloot zoveel mogelijk uitwedstrijden van Ghana, Ivoorkust en Senegal te zien. Tenminste, als ik er met de auto naartoe kon, zoals Botswana of Swaziland. Ik leerde hun namen, tactiek en stijl kennen.”

“De verwachtingen in Zuid-Afrika waren enorm, toen de boycot werd opgeheven. Het idee was dat we met iedereen de vloer zouden aanvegen. Maar ik was diep onder de indruk van de techniek van bijvoorbeeld de Ghanesen, met Abedi Pele en Nii Lamptey. Ik besefte dat ze veel beter waren. Toen ik schreef dat Zuid-Afrika het heel moeilijk zou krijgen, geloofde niemand me. Onze kracht was één van de grootste mythes tijdens de boycot.“

“Maar ik kreeg helaas gelijk. Het eerste duel voor de kwalificatie Afrika Cup en WK 1994 verloren van Zimbabwe, met 4-1. Daarna was Zambia met 1-0 te sterk, in Zuid-Afrika. Nog steeds zeiden mensen dat we pech hadden. Maar toen daarna in Nigeria met 4-0 klop kregen, moest zelfs de meeste hardnekkige fans toegeven dat we niet zo goed waren als we altijd hadden gedacht. “

Tv-programma

“Na 24 jaar als schrijvend journalist, kreeg ik bij Supersport een eigen programma, Soccer Africa. We willen de mensen iets leren en ze vermaken. En tegenwicht bieden voor al het voetbalnieuws uit Europa, de Afrikaanse cultuur bewaken. Het wordt in twintig landen uitgezonden, en aan de reacties merk ik dat mensen mij inderdaad soms als Mister African Football zien, haha. Soms breng je iets teweeg. We hadden een portret van een onbekende Kaapverdische speler, die in Portugal speelt. Een maand later werd hij voor het nationale team geselecteerd. Mooi toch?”

“Ik reis veel, maar heb me nooit meer zo onveilig gevoeld als bij een uitwedstrijd van Kaiser Chiefs in Burundi. Het was burgeroorlog, overal waren gewapende soldaten. Toen een Chiefs-speler een Burundees nogal hard tackelde, renden boze soldaten het veld in. Ze prikten de Zuid-Afrikaan met hun geweren en dreigden hem neer te schieten. De Chiefs-coach droeg zijn spelers toen op zelf niet meer te scoren en de tegenstander nog twee goals te laten maken. De eindstand was 2-2. Toen konden we veilig weg. Even dacht ik dat het mijn laatste wedstrijd was.”

Helden

“Mijn grootste held op het voetbalveld is Patrick Ace Ntsoelengoe, de beste Zuid-Afrikaanse speler ooit. Hij maakte dat voetbal er simpel uitzag. Hij had een soort aura. Bij elk balcontact begon het publiek heel zacht zijn naam te roepen, een langgerekt: Aaaaaaaaaace. Dat werd harder en harder. Tot het hele stadion meedeed. Hij was ongelooflijk op het veld, maar zeer bescheiden erbuiten. Hij heeft, na zijn tijd bij de Kaiser Chiefs, nog in de VS gespeeld met Beckenbauer en Pele.

“Maar ook Ruud Gullit zit diep in mijn hart. Omdat hij in 1987 zijn prijs van Europees voetballer van het Jaar opdroeg aan Nelson Mandela. Hij bewees daarmee niet alleen een groot speler te zijn, maar zich ook bewust te zijn van onze situatie. Het was alsof hij zei: ‘Hoe hard jullie ook knokken in Zuid-Afrika, ik sta achter jullie. Ik weet wat jullie meemaken, ik steun jullie’. Dat betekende veel voor mij. Ik hoop hem ooit te interviewen over het leven. En over muziek. Ik zoek nog steeds het singletje South Africa dat hij eens opnam met Revelation Time.“

WK 2010

“Het WK is goed, vooral voor de infrastructuur: vliegvelden, wegen, spoorlijnen. Stadions worden gebouwd of opgeknapt. Mensen worden gestimuleerd te ondernemen, hun huis om te bouwen tot bed & breakfast.”

“Maar of de armsten er iets aan hebben, is de vraag. Het trickle down-effect is niet zo groot als gehoopt. Een WK lost ook niet ineens al je problemen op. Het WK levert banen op, maar de vele immigranten pikken ook banen in. Dat er huizen nodig zijn in plaats van stadions is een bekend kritiekpunt. Maar er worden er veel huizen gebouwd. Alleen loopt de verdeling niet goed, er is veel corruptie.”

“Het besef dat de hele wereld een kijkje in de keuken komt nemen is onvoldoende aanwezig. Straks zal de internationale media op elke slak zout leggen. Je hebt een paar goede spindoctors nodig om die aanvallen af te slaan en om te buigen naar iets positiefs. Dat bewustzijn ontbreekt nu nog. Ik bespeur een houding bij onze regering van: we hebben het WK, laat de wereld maar schreeuwen. Wij doen de dingen toch op onze manier.”

Westerse kritiek

“Ik denk dat westerse kritiek de grootste uitdaging is in aanloop naar het WK. Het gevoel heerst hier dat Europa denkt: je kan het WK voetbal toch niet naar Afrika halen. Of all places. Dat Europa dit Fifa niet zal vergeven. En dat het alles zal aangrijpen om het WK 2010 in diskrediet te brengen. “

“Wij weten dat hier criminaliteit is. Maar noem me één land zonder. Ook in Manchester en Londen heb je no-go areas. Wij zijn verder in de voorbereidingen op het WK dan Duitsland op hetzelfde moment, maar krijgen daar de credits niet voor. We weten dat we ons niet gek moeten laten maken, maar soms voelt de tackle over het randje. Buitengewoon irritant.”

“Hier zijn inderdaad ook spindoctors nodig. Maar soms is kritiek ook goed. Neem het xenofobe geweld. De overheid heeft dat onderschat. De volgende keer explodeert het hele land misschien. Als de buitenwereld ons hierop wijst, prima. Maar kom ook met oplossingen.”

“Engeland is het meest kritisch. Je krijgt soms het idee dat de Engelsen nog denken dat wij nog in bomen hangen. Me Jane, You Tarzan. Dat we leeuwen en olifanten moeten verslaan op weg naar ons werk. Ik zou zeggen kom zelf kijken, reis door het land, praat met mensen. Kijk naar de vliegvelden en de wegen. Verzamel informatie en vorm je oordeel. Geef ons waardering voor onze prestaties en kritiek waar nodig.”

Aids

“Velen zitten nog in de ontkenningsfase, qua hiv/aids. Maar het probleem is groot, ook in het voetbal. Kijk naar de levensstijl van veel voetballers. Veel one-night stands en groupies. Ik adviseer spelers: trouw jong. Het is goed dat oud-profs, zoals John Moeti, voorlichting geven. Maar we moeten het probleem als land serieus nemen. Er zijn rolmodellen nodig.”

“Maar aids is nog steeds een groot taboe. Mensen zijn bang dat ze uit de gemeenschap worden gegooid of zelfs verstoten door hun eigen familie. Er is veel onwetendheid en angst. Daarom houden de meesten hun mond, zelfs naar hun partner. Er hangen nog gevaarlijke mythes omheen.”

“Maar we moeten niet de fout maken aids met het WK te verbinden. Dat is onzin. Ja, als Braziliaanse of Egyptische spelers zich te buiten gaan aan dames zonder bescherming, dan krijgt aids met het WK te maken. Anders niet. Dan is er totaal geen verband! Zuid-Afrika wordt dan weer in een negatief daglicht geplaatst. Bij de overheid is hiervoor leiderschap nodig. Los van het WK.”

Vuvuzela

“Het was behoorlijk raar om mensen te horen klagen over de vuvuzela tijdens de Conferations Cup. Het is onderdeel van het lokale voetbal sinds mensenheugenis. Als een kind wordt geboren of iemand doodgaat in Afrika, vieren we dat met zang en dans. Hoe wij voetbal vieren, is iets speciaals en uniek in de wereld. Sommigen mogen te een irritant geluiden vinden, wij blazen er al tientallen jaren op. Het voegt kleur en vibratie toe. Maar het bewijst ook dat we aan de strengste voorwaarden voldoen. Niemand klaagde over de stadions, de accommodaties, het transport, de restaurants of iets anders. Al die aandacht voor de vuvuzela was een indicatie dat we de wereld hebben laten zien dat we de belofte kunnen inlossen, a first class world cup in a third world country.”

“De ontwikkeling van Bafana Bafana is een klein wonder. Ik maakte me grote zorgen toen coach Joel Santana het een jaar geleden overnam van Carlos Alberto Parreira. Toen we verloren van Sierra Leone en Guinee werd mijn angst bevestigd. Maar de Confederations Cup gaf hoop. Opeens besefte ik dat de man tijd nodig heeft om zijn filosofie op de spelers over te brengen en dat ze beginnen te snappen wat hij van ze wil. Er komen nog zware wedstrijden aan tegen Duitsland, IJsland, Noorwegen, Polen, Chili en Ierland. Dit geeft Santana de kans om met zijn voorste linie, zonder Benni (zie kader), preciezer af te stemmen, te finetunen. En klaar te stomen voor het WK.”

Kader 1: Benni’s middelvinger

“Bafana Bafana kan zonder spits Benni McCarthy. Miljoenen claimen dat Zuid-Afrika beter zou presteren en dat we onze trots moeten inslikken en McCarthy moeten smeken om terug te komen in het nationale team. Onzin! We hebben misschien versterking nodig, zo bleek tegen Spanje en Brazilië. Bernard Parker, net speler van FC Twente, alleen is niet genoeg. Maar Katlego Mphela kan er nog bij. En we hebben Elrio van Heerden nog. Maar het belangrijkste is dat Teko Modise faalde. Santana’s tactische plan was dat hij samen met Steven Pienaar naast Parker in de spits opduiken, maar Modise was te weinig dominant. Maar ik blijf van mening dat Benni’s tijd voorbij is. Hij heeft zijn land de middelvinger getoond. We hebben spelers nodig die bereid zijn voor hun land te sterven en door het vuur te gaan. En helaas heeft McCarthy bewezen deze bereidheid niet te hebben. Vooral omdat hij de indruk wekt dat we niets zonder hem kunnen en dat er geen betere spits is. Bij de Confederations Cup zag je alternatieven ontstaan en scoorden andere spelers. Het gevoel dat hier heerst is dat Benni lekker moet blijven waar hij is, en dat we zonder hem ook kunnen vechten en winnen.”

Kader 2: Bling-bling en verloren talent

“Waar het Zuid-Afrikaanse voetbal echt in kan verbeteren is het begeleiden van de jeugd. Je zag dat bij de drama’s met Jabu Pule en Gabriel Mofokeng. Ze komen bij een topclub, hebben opeens bakken met geld en worden gek. Opeens zijn er meisjes, kopen ze bling-bling en een dure auto. Ze verwaarlozen wat belangrijk voor ze is, hun voetbalcarrière. Ze gaan drinken, experimenteren met drugs. Ik geloof dat elke club dagelijkse begeleiding op deze jonge sterren zou moeten zetten, ook een psycholoog. Om ze te helpen met hun roem en geld om te gaan. Hoe ze zich publiekelijk moeten gedragen.”

“Het zijn nog kinderen. Nu worden ze vaak aan hun lot overgelaten. Dat soort structuren ontbreken bij de meeste clubs hier. Leer zo’n jongen hoe je een interview geeft. En dat hij niet na drie goede wedstrijden denkt dat hij de koning zelf is. Bij clubs als Kaiser Chiefs is wel hulp. Zo werd Jabu Pule naar rehabilitatie centrum gestuurd. Mamelodi Sundowns en Orlanda Pirates doen dat ook. Maar te vaak is het pas achteraf. Het zou preventief moeten zijn. Veel grote talenten zijn hierdoor de laatste jaren voor Bafana Bafana verloren gegaan.”

Comments are closed.